Naar inhoud springen

halfuur

Uit WikiWoordenboek
  • half·uur
enkelvoud meervoud
naamwoord halfuur halfuren
verkleinwoord halfuurtje halfuurtjes

hethalfuuro

  1. (tijdrekening) een periode van 30 minuten
    • Het was in een halfuurtje voor elkaar. 
     Ik bleef wel een halfuur op de stoep zitten en voelde mijn benen en armen stijf worden.[1]
     Met een plons sprong Goldie naast me het hete water in. Goldie en Barbie hadden me binnen een halfuur al ingehaald en waren ook gearriveerd bij de rivier.[2]
90 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be