Naar inhoud springen

Zwangerschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Zwanger)
Dit artikel gaat alleen over zwangerschap bij mensen. Voor dieren, zie Gestatie.
Een 26 weken zwangere vrouw
De groei van de baarmoeder tijdens de zwangerschap
Prenataal onderzoek

Een zwangerschap (graviditeit) ontstaat doordat een bevruchte eicel (zygote) zich in de baarmoeder nestelt en verder groeit. Een succesvolle zwangerschap eindigt tijdens de bevalling met de geboorte van een baby.

Een zwangerschap wordt vanaf ongeveer drie maanden voor buitenstaanders zichtbaar door een steeds dikker wordende buik. De zwangere ontdekt meestal al eerder dat ze zwanger is doordat er geen menstruatie optreedt, maar ook door grote hormonale veranderingen, waardoor misselijkheid kan ontstaan. Een zwangerschapstest kan de zwangerschap in een vroeg stadium aantonen. Als de foetus groter wordt, kan de zwangere, of iemand die een hand op de dikke buik legt, de bewegingen van de baby voelen. Met een hulpmiddel kan het geluid van het hartje hoorbaar gemaakt worden.

Ontstaan van zwangerschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Meisjes, volwassen vrouwen, transmannen, maar ook non-binaire personen kunnen - indien zij over een gezonde baarmoeder beschikken - al dan niet ongewenst zwanger worden. Een zwangerschap ontstaat meestal door onbeschermde seks (geslachtsgemeenschap), maar ook zonder dat de penis in de vagina komt. Zowel in het voorvocht als in de zaadlozing uit de penis van een persoon met testikels kunnen zaadcellen aanwezig zijn die een eicel in het lichaam van het meisje of de vrouw kunnen bevruchten. Zwangerschappen kunnen ook ontstaan door een medische ingreep, zoals kunstmatige inseminatie en IVF.

Wanneer zwangerschap voorkomen dient te worden en men zich niet wil onthouden van seks, kan gebruik worden gemaakt van voorbehoedsmiddelen (anticonceptie). Sommige vormen van anticonceptie, zoals periodieke onthouding of "voor het zingen de kerk uit", zijn onbetrouwbaar.

De meest vruchtbare periode voor het ontstaan van een zwangerschap is rond de eisprong, circa twee weken na een menstruatie. Een eicel, rijp geworden in een van de eierstokken, moet dan door een zaadcel bevrucht worden.

Om zwanger te kunnen worden, moet een vrouw of meisje vruchtbaar zijn. Meisjes kunnen al zwanger worden vlak voor de eerste menstruatie. De vruchtbaarheid stopt rond de menopauze op latere leeftijd. Soms is dan nog wel een zwangerschap mogelijk met medische hulp, met bijvoorbeeld een ingevroren embryo.

Verloop van een zwangerschap

[bewerken | brontekst bewerken]

In de loop van de zwangerschap ontwikkelt de bevruchte eicel zich tot een klompje cellen dat zich in de wand van de baarmoeder innestelt, waar een deel zich verder ontwikkelt tot de placenta, en een ander deel de embryo vormt. Na 6 tot 8 weken is deze embryo een foetus geworden, waarin de belangrijkste ledematen en organen al herkenbaar zijn. Deze ontwikkelen zich in de rest van het verloop van de zwangerschap steeds verder en worden steeds meer functioneel, totdat uiteindelijk de geboorte plaats kan vinden.

Soms splitst een bevruchte eicel zich in een vroeg stadium in twee delen; er ontstaan dan twee embryo's die zich kunnen ontwikkelen tot een eeneiige tweeling. Het is ook mogelijk dat meerdere eicellen zich tegelijk in de baarmoeder nestelen. Dan kan uiteindelijk een tweeling of zelfs een meerling geboren worden.

De duur van een zwangerschap, de draagtijd, is meestal rond de 38 weken, gemeten vannaf de datum van conceptie (bevruchting, maar vaak wordt gerekend met een tijdsduur van 40 weken, gerekend vanaf de datum van de laatste menstruatie. De duur van een zwangerschap wordt meestal opgesplitst in drie trimesters.

Zwangerschap veroorzaakt sterke veranderingen in de hormoonhuishouding bij een zwangere. De placenta produceert het hormoon humaan choriongonadotrofine (hCG), dat het afsterven van het corpus luteum dat zich in de eierstok bevindt tegengaat. Hierdoor blijft het lichaam progesteron produceren en wordt de menstruatiecyclus stopgezet, zodat de embryo zich in de baarmoeder kan blijven innestelen. De placenta produceert ook hormonen die de groei van de borsten en baarmoeder bevorderen, zoals hPL (human placental lactogen) en oestrogeen. Daarnaast reguleert de placenta de ontwikkeling van het embryo zelf, en vormt het een immunologische barrière om het embryo en later de foetus te beschermen tegen eventuele ziekteverwekkers die in het bloed van de zwangere aanwezig zijn. Zwangerschap kan gepaard gaan met (zwangerschaps)verschijnselen zoals misselijkheid en braken, tijdelijke groei van de borsten en vermoeidheid.

Einde van de zwangerschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Een succesvolle zwangerschap eindigt met een bevalling en de geboorte van een kind. Een zwangerschap kan ook eindigen met een miskraam, of - als de zwangerschap niet gewenst is - met abortus.

Meetschalen van de zwangerschapsduur

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Postmenstruele leeftijd en Conceptionele leeftijd voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Om de fase in een zwangerschap uit te drukken, zijn twee 'leeftijden' van belang (twee meetschalen):[1]

  1. de postmenstruele leeftijd (PML): de verstreken tijd sinds de eerste dag van de laatste menstruatie. De zwangerschapsduur wordt meestal uitgedrukt als de postmenstruele leeftijd in weken. Als iemand "tien weken zwanger is", betekent dit dus over het algemeen dat de PML tien weken is. Gemiddeld vindt de bevalling plaats bij een PML van 40 weken. Aan het begin van de zwangerschap wordt op basis daarvan de datum bepaald waarop de bevalling naar schatting plaatsvindt (uitgerekende datum, in statistische termen de verwachtingswaarde van de datum van de bevalling).
  2. de conceptionele leeftijd (in het Engels fertilization age, ook aangeduid als de 'bevruchtingsleeftijd', de 'embryonale leeftijd' en later 'foetale leeftijd'): de leeftijd van een embryo bij een zwangerschap vanaf het moment van de conceptie (bevruchting). De conceptionele leeftijd wordt over het algemeen gebruikt in de beschrijving van de prenatale ontwikkeling van een foetus en in de neonatologie in het algemeen. Het moment van bevruchting wordt over het algemeen geschat op ongeveer twee weken na de eerste dag van de laatste menstruatie. Als iemand volgens de PML "tien weken zwanger is", is de conceptionele leeftijd dus over het algemeen acht weken. Gemiddeld vindt de bevalling plaats bij een conceptionele leeftijd van 38 weken.

Men kan de PML in eerste instantie meestal exacter vaststellen dan de conceptionele leeftijd. In een latere fase van de zwangerschap kan de conceptionele leeftijd beter worden bepaald dan in het begin, op basis van de grootte van de foetus.

Beschrijving van de drie trimesters van een zwangerschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Elk trimester van de zwangerschap komt overeen met ongeveer dertien weken. Het eerste trimester bestrijkt zodoende een tijdsspanne van de 1e tot de 13e week, het tweede tot de 26e, en het derde tot de geboorte.

Eerste trimester

[bewerken | brontekst bewerken]
Innesteling
Innesteling
Een intact menselijk embryo met een embryonale leeftijd van zes weken of een zwangerschapsduur van acht weken.

De ovulatie (eisprong) vindt gemiddeld twee weken na de eerste dag van een menstruatie (maandbloeding) plaats, als zwangerschap volgt dus bij een PML van twee weken. Binnen een etmaal daarna vindt dan de bevruchting (conceptie) plaats, waarbij een zaadcel een eicel bevrucht, waardoor er een zygote (bevruchte eicel) wordt gevormd. Bij vaginale geslachtsgemeenschap die niet meer dan drie etmalen voor de bevruchting plaatsvindt, is de zaadcel is over het algemeen afkomstig van een ejaculatie (zaadlozing) in de vagina. De bevruchting is ook mogelijk via IVF of ICSI.

Voor de innesteling deelt de zygote zich in een klompje kleinere cellen dat zich excentrisch in de blastocyste bevindt; dit klompje is totipotent, nog ongedifferentieerd: de cellen kunnen alle kanten op ontwikkelen.

Ongeveer zes dagen na de bevruchting ofwel een PML van 3 weken (d.w.z., na de laatste bloeding) is het embryo een morula van 16-32 cellen geworden. Op dit punt volgt de innesteling (nidatie) van het embryo in het baarmoederslijmvlies(endometrium) van de baarmoeder.

Na een bevruchting blijven daaropvolgende menstruaties gewoonlijk uit. Een zwangerschapstest is over het algemeen zinvol vanaf de dag dat de eerstvolgende menstruatie wordt verwacht. Als men zwanger is, dan valt de test doorgaans vanaf die dag of 1 à 2 dagen later positief uit. Eerder is de kans op een foutnegatieve uitslag groot. Dit komt doordat het hCG-hormoon dan in het ouderlichaam nog niet in waarneembare gehaltes aanwezig is.

Gedurende de eerste drie maanden van een zwangerschap, het eerste zwangerschapstrimester, voelt een deel van de aanstaande moeders zich vaak misselijk, en kan de geur van sommige levensmiddelen, bijvoorbeeld van koffie, als zeer onprettig worden ervaren. Het is mogelijk dat deze zwangerschapsmisselijkheid het embryo beschermt tegen stoffen die schade kunnen berokkenen.[bron?]

Tweede trimester

[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de middelste drie maanden van een zwangerschap voelen de meeste aanstaande moeders zich beter.[bron?] Na ongeveer zestien weken kan de zwangere de foetus voelen bewegen (schoppen). Anderen kunnen de beweging pas na twintig weken voelen.

Derde trimester

[bewerken | brontekst bewerken]

Gedurende de laatste drie maanden gaat het kind in de baarmoeder veel energie vragen: het groeit snel en neemt toe in gewicht. Daardoor voelen zwangeren zich sneller moe. Een zwangere komt gemiddeld ongeveer twaalf kilo aan, sommigen tot 25 kilo, tijdens de zwangerschap. Slechts ongeveer een derde daarvan is het gewicht van het kind zelf, de rest komt van de placenta, het vruchtwater, extra bloed en vocht.

De zwangerschap eindigt met de geboorte van het kind. De bevalling vindt plaats bij een postmenstruele leeftijd van gemiddeld 40 weken, dus een conceptionele leeftijd van gemiddeld 38 weken. Een "zwangerschapsduur" (PML bij de bevalling) tussen 37 en 42 weken wordt als normaal beschouwd. Dit wordt de "à terme periode" genoemd.

De foetus gaat op het eind van de zwangerschap het stresshormoon cortisol aanmaken. Dit hormoon komt via de placenta in het bloed van de zwangere vrouw. Onder invloed van dit hormoon en de hormonen oxytocine en prostaglandine worden de weeën opgewekt.

Na de geboorte van het kind kan het zes weken tot enkele maanden duren voordat de lichamelijke toestand van de vrouw weer enigszins is teruggekeerd tot die van vóór de zwangerschap. Deze periode heet 'ontzwangering' of puerperium. Het geven van borstvoeding speelt een positieve rol in dit proces.

Zwangerschap en afweersysteem

[bewerken | brontekst bewerken]

Cytokine IL-10 is voor de aanleg van een gezonde zwangerschap en het voorkomen van vroeggeboortes nodig. Foliumzuur helpt bij de ontwikkeling van de hersencellen.

B-cellen hebben aan het begin van de zwangerschap een dempend effect op het afweersysteem en vergroten daarmee de tolerantie van het ‘lichaamsvreemde materiaal’ van het embryo dat voor de helft uit lichaamsvreemd materiaal van de partner bestaat.[2]

NK-cellen in de baarmoeder zorgen daar dat het embryo, dat voor de helft 'lichaamsvreemd' niet wordt afgestoten. Ook helpen de NK-cellen mee om de bloedvaten van de moederkoek meer open te zetten, zodat de voedingstoffen het embryo beter bereiken. Onderzoek liet zien dat de menstruatie van een deel van de mensen die miskramen hadden gehad een lager aantal NK-cellen bevatte, vergeleken met zij die geen miskramen hadden gehad.[3]

Verschijnselen bij zwangerschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Gedurende de zwangerschap kunnen er zwangerschapsverschijnselen optreden. Dat kunnen zijn:

Er zijn verscheidene oorzaken voor deze verschijnselen, die naargelang tijd en trimester kunnen afwisselen. Het uitblijven van de menstruatie is een van de eerste gevolgen, door een verhoogd gehalte aan hCG. Dit hormoon voorkomt dat het gele lichaam afsterft, dat progesteron produceert (en daarmee de zwangerschap in stand houdt). Ook veroorzaakt hCG misselijkheid en braken.[4] Vermoeidheid kan veroorzaakt worden doordat de vrucht de toedeling van voedingsstoffen van de ouder naar zich toetrekt. Door het hogere gehalte aan progesteron en oestrogeen worden de borsten groter en beginnen de borsten naarmate de zwangerschap vordert, met de aanmaak van melk in de melkklieren. Later in de zwangerschap kan brandend maagzuur optreden en het vaak moeten plassen. Deze worden respectievelijk veroorzaakt doordat de wassende baarmoeder zich oprekt en tegen de maag aandrukt, alsook tegen de blaas. Na de zwangerschap verdwijnen de meeste van deze verschijnselen.

Innestelingsbloeding

[bewerken | brontekst bewerken]

Een aantal zwangeren krijgt nog een bloeding op het moment dat het bevruchte embryo zich innestelt in het baarmoederslijmvlies, vijf tot twaalf dagen na de bevruchting.[5] Het zijn meestal slechts enkele bloeddruppels.[6] Bloedverlies in het verdere verloop van de zwangerschap kan heel onschuldig zijn, maar men doet er toch goed aan in een dergelijk geval een arts te raadplegen. Het kan immers ook wijzen op een dreigende miskraam, zeker als de bloeding hevig en pijnlijk is.

Problemen, ziekten en syndromen gedurende de zwangerschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Naar schatting vijftien procent van de vastgestelde zwangerschappen eindigt in een miskraam. Van alle bevruchte eicellen gaat zelfs ongeveer 50% te gronde, maar meestal is dat al vóórdat iemand de eigen zwangerschap kan merken.

Ziekten en problemen die zich met betrekking tot de zwangerschap kunnen voordoen zijn:

Behalve bovenstaande problemen en ziekten, zijn er ook problemen die tijdens zwangerschap ontstaan of verergeren, maar die ook voorkomen zonder zwangerschap. Dat zijn bijvoorbeeld suikerziekte, schildklierziekten: hyperthyreoïdie en hypothyreoïdie, stollingsstoornissen.

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Normaal nestelt de bevruchte eicel zich in de baarmoeder. Nestelt de eicel zich ergens anders, dan spreekt men van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Buiten de baarmoeder kan het lichaam de zwangerschap niet goed onderhouden en zijn er risico's. Medisch toezicht of medische ingrepen zijn hierbij van zwaarwegend belang om ernstige gevolgen te voorkomen.

Roken en alcohol

[bewerken | brontekst bewerken]

Roken (tabak), alcoholische drank en andere drugs tijdens de zwangerschap kunnen nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid en ontwikkeling van het ongeboren kind.

Waarom mag je niet drinken als je zwanger bent? - Universiteit van Nederland

Alcohol dringt door de placenta en kan daardoor de foetus beschadigen in alle stadia van de zwangerschap. Kinderen die zijn blootgesteld aan alcohol tijdens de zwangerschap huilen meer, slapen slechter, reageren trager en kalmeren ook langzamer na opwinding. Ze hebben gemiddeld een lager IQ, meer leerstoornissen en sociale problemen. Zelfs consumptie van minder dan één glas alcohol per dag kan leiden tot een verhoogde kans op groeiafwijkingen, een miskraam en doodgeboorte.[7]

Blootstelling aan dagelijkse hoge alcoholdoseringen tijdens de ontwikkeling van de foetus kan leiden tot het foetale alcoholsyndroom (FAS). FAS-kinderen hebben een groeiachterstand, afwijkende gelaatskenmerken en neurologische afwijkingen. Gerelateerde aandoeningen zijn de alcoholverwante hersenontwikkelingsstoornis (ARND) en alcoholverwante geboorteafwijkingen (ARBD).[7] ARND lijkt op FAS, maar dan zonder de uiterlijke kenmerken, terwijl ARBD lichamelijke afwijkingen zoals hart-, bot- en orgaanproblemen betreft.

Giftige stoffen die door roken of meeroken worden ingenomen, zoals nicotine, cadmium en koolmonoxide, beïnvloeden de groei van de vrucht. Nicotine leidt tot vaatvernauwing en koolmonoxide neemt in het bloed de plaats in van zuurstof.[8] Daardoor krijgt de vrucht minder bloed, minder voedingsstoffen, en zo ook minder zuurstof. Mede daardoor is het geboortegewicht van de baby gemiddeld 250 gram lager. Een lager geboortegewicht verhoogt de kans op kindersterfte rondom de geboorte. Roken leidt ook tot verhoogde kans op onvruchtbaarheid: bij rokende zwangeren duurt het gemiddeld 30% langer dan bij niet-rokenden om een eicel te bevruchten. Roken tijdens de zwangerschap vergroot de kans op een miskraam of vroeggeboorte aanzienlijk. In het eerste levensjaar van de baby is de kans op luchtweginfecties en wiegendood groter.

Cadmium veroorzaakt dikkere basaalmembranen om kleine bloedvaten, in de geslachtsklieren en ook in de placenta, bijgevolg wordt de uitwisseling van voedingstoffen en de stofwisseling voor de foetus bemoeilijkt. Door de schade aan de geslachtsklieren zijn er minder gezonde ei- en spermacellen.

Zelfs bij kleinkinderen kan schade nog worden gevoeld, namelijk een hogere kans op astma en een slechtere longfunctie. Als iemand rookt tijdens de zwangerschap, en het embryo daarvan later een kind baart, dan kan dit zich nog doorwerken in het kleinkind.[9] Dit komt doordat eicellen al in het embryo tijdens de zwangerschap worden aangelegd, terwijl zaadcellen pas in en na de puberteit ontstaan.

Het Voedingscentrum heeft een lijst van voedingsmiddelen opgesteld die zwangeren tijdens de zwangerschap beter niet kunnen eten met onder andere rauw vlees, rauwmelkse kaas, roofvissen, geneeskrachtige kruiden, drop.[10] Tijdens de zwangerschap kunnen de eetgewoonte drastisch veranderen. De drang naar zoet, en soms weer zuur voedsel wordt groter. Uit onderzoek van de Queens Mary Universiteit is gebleken dat mensen die tijdens hun zwangerschap veel suikerhoudende producten eten, meer kans hebben dat het kind te kampen krijgt luchtwegproblemen, zoals astma en stofallergie.[11] Een ander gevolg van deze verandering is dat deze toename van zoete en/of zure producten een negatieve impact kan hebben op het gebit. Dit heeft als gevolg dat het tandglazuur aangetast kan worden. Dit verhoogt de risico op gaatjes en tanderosie. Experts in tandheelkunde geven dan ook aan dat het van het uiterste belang is dat er bijzondere aandacht wordt besteed aan de verzorging van het gebit tijdens de zwangerschap.[12]

Tijdens het eerste trimester van de zwangerschap kan de zwangere last hebben van misselijkheid, braakneigingen of vermoeidheid. Deze factoren kunnen ervoor zorgen dat de zin of het plezier in vrijen vermindert. Ook moeten sommigen vaker plassen, een gevoel dat tijdens geslachtsgemeenschap nog kan worden versterkt. Het feit dat de borsten gevoeliger worden, maakt dat sommige zwangeren het aanraken ervan onprettig vinden. Anderen vinden juist seksueel genot in deze verhoogde gevoeligheid.

Veel van de ongemakken uit het begin van de zwangerschap, verdwijnen in het tweede trimester. De vagina wordt breder en produceert meer vocht, dat lichtjes van geur verschilt ten opzichte van vroeger. Veel zwangeren voelen zich in deze periode sneller of vaker opgewonden.[bron?]

Het is een wijdverbreid misverstand dat vrijen tijdens de laatste fase, het derde trimester van de zwangerschap aanleiding zou kunnen geven tot een vroeggeboorte. Uit onlangs verschenen rapporten blijkt dat deze veronderstelling onjuist is.[bron?] In gevallen dat vrijen een oorzaak leek te zijn van een vervroegde bevalling, bleek de werkelijke oorzaak vaak een infectie in de vagina te zijn. Als er geen sprake was van ziekmakende micro-organismen in de vagina, leek eerder het tegendeel waar te zijn: meer vrijen leidde dan juist tot minder vroeggeboorten.

Het vrijen in de missionarishouding, waarbij de een op de zwangere persoon ligt, kan echter wel door de dikke buik bemoeilijkt worden. Borststimulatie kan resulteren in de afscheiding van biestmelk of colostrum, wat volkomen normaal is maar door sommige koppels als storend wordt ervaren. Soms raadt de arts geslachtsverkeer af. Dit gebeurt meestal indien er zich ernstige problemen voordoen tijdens de zwangerschap.

[bewerken | brontekst bewerken]

Stadia in beeld

[bewerken | brontekst bewerken]
(aantal maanden refereert aan PML)
Stadia van de zwangerschap

Zwangerschap in de kunst

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Human pregnancy van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.