Naar inhoud springen

Slimme meter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een veelgebruikte slimme meter
Scherm digitale meter (animatie)
Voorlichtingsfilm van de Rijksoverheid over plaatsing slimme meter

In de nutsvoorzieningen is een slimme meter een digitale energiemeter die het verbruik van een huishouden of een ander afnamepunt meet, bijvoorbeeld een digitale kilowattuurmeter als het gaat over elektriciteit. De slimme meter kan zowel op locatie als op afstand worden uitgelezen en onderscheidt zich op deze manier van analoge meters en niet-slimme digitale meters.[1] De slimme meter wordt in Nederland ingezet voor meting van het verbruik van water, (aard)gas, elektriciteit en (stads)warmte.

Het meetsysteem van de slimme meter is in combinatie met de infrastructuur van de netbeheerder in staat om:

  • de meterstanden op afstand uit te lezen, waaronder ook de gegevens van gekoppelde meters
  • het actueel verbruik en de teruglevering van elektriciteit door energiewinning door de gebruiker weer te geven en te registreren
  • kwartierwaarden van het verbruik en de teruglevering van elektriciteit te registreren
  • de gegevens en de status van het systeem (met onder andere de tarieven en het verbruik) weer te geven op bijvoorbeeld een display in huis, of om deze informatie te leveren aan een gekoppelde applicatie of module
  • op afstand uitgelezen en geüpdatet te kunnen worden, zoals met firmware-updates[2]
  • de kwaliteit van de energielevering te registreren, zoals onderbrekingen en dergelijke.

Voor de factuur gebaseerd op het werkelijke verbruik of voor een webapplicatie worden de gegevens via de slimme meter verzonden naar de netbeheerder. Hiervoor registreren de slimme meters het energieverbruik met tussenpozen van 15 minuten voor elektriciteit en van 60 minuten voor gas, water en warmte. De gangbare techniek voor communicatie tussen de woning en de netbeheerder is via het mobiele telefonienetwerk.[3]

Geschiedenis in Nederland

[bewerken | brontekst bewerken]

Proefprojecten en akkoord beide kamers (2005-2011)

[bewerken | brontekst bewerken]

Het op verzoek laten installeren van slimme meters was al geruime tijd mogelijk in Nederland. Zo introduceerde energieleverancier Oxxio in 2005 de eerste slimme meter voor zowel elektriciteit als gas in Nederland. Oxxio heeft deze activiteit sinds 1 januari 2012 overgedragen, omdat de overheid besloten heeft dat de regionale netbeheerders de vervanging, plaatsing, en het beheer van de slimme meters vanaf die datum moeten verzorgen. Op 20 maart 2007 berichtte Eneco in een persbericht,[4] dat ENECO-klanten die over een slimme meter beschikten, gebruik konden maken van het “Telmi EnergieTegoed”, een betaalsysteem voor de levering van gas en elektriciteit, op basis van een vooraf gestort tegoed. Sinds 2009 waren er in Nederland verscheidene proefprojecten[5] gaande om de bestaande gas- en elektriciteitsmeters bij wijze van proef door slimme meters te vervangen of in nieuwbouwprojecten te plaatsen, om ervaring met de apparatuur en de mogelijkheden op te doen.

In juli 2008 is het wetsvoorstel "Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt (31374)", met diverse amendementen, aangenomen door de Tweede Kamer.[6] Een onderdeel hiervan was de verplichte plaatsing van de slimme meter bij alle kleinverbruikers (burgers). Op 7 april 2009 bepaalde de Eerste Kamer dat de invoering van de slimme meter op vrijwillige basis zou dienen te geschieden[7] en ging derhalve niet akkoord met de wetsvoorstellen.[8] Volgens het wetsontwerp zou een persoon die een slimme meter weigerde te laten plaatsen zich schuldig maken aan een economisch delict, en daardoor een celstraf van maximaal zes maanden en een boete tot €17.000 opgelegd kunnen krijgen, waarna de slimme meter alsnog geplaatst zou worden. Dit leidde tot een adviesrapport[9] waarin het CBP zeer kritisch was en tot aanvullend onderzoek[10] door de Universiteit van Tilburg in opdracht van de Consumentenbond, dat de verplichte invoering van slimme meters in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Pas op 22 februari 2011 heeft de Eerste Kamer, na diverse aanpassingen te hebben afgedwongen, de door minister Maxime Verhagen gewijzigde wetsvoorstellen bekrachtigd. Minister Van der Hoeven (CDA) moest de Eerste Kamer schriftelijk toezeggen dat deze verplichting tot het plaatsen veranderd zou worden in een vrijwillige keuze voor de gebruiker.

Op 19 mei 2011 bleek uit een persbericht[11] van de KEMA dat het mogelijk was om met bestaande technologieën een “smart grid” of slim energienet te creëren, inclusief bijbehorend marktmodel waarin gebruikers onderling elektriciteit kunnen uitwisselen.

Privacywetgeving en eerste reguliere plaatsingen (2012-2014)

[bewerken | brontekst bewerken]

De Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS), de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, heeft op 9 maart 2012 haar opinie gepubliceerd over de voorbereiding van de daadwerkelijke toepassing van slimme metersystemen.[12] De EDPS waarschuwde hierin, dat slimme meters mogelijk een serieuze bedreiging voor de privacy en de veiligheid van de burger kunnen vormen, en dat de invoering kan leiden tot het massaal verzamelen van gegevens die informatie geven over het doen en laten van burgers, bijvoorbeeld door hun huishoudelijke apparaten door middel van hun specifieke stroomverbruik te identificeren.[13] De EPDS beviel daarom de Europese Commissie aan hiertegen wettelijke maatregelen te nemen. Het CBP heeft op 28 maart 2012 een Ontwerpbesluit Gedragscode voor de verwerking van persoonsgegevens door regionale netbeheerders gepubliceerd,[14] waarmee regelgeving en toezicht is gekomen op de omgang met de persoons- en meetgegevens die door de netbeheerders gebruikt worden.

Met de officiële invoering van de slimme meter werd op 1 januari 2012, voor een periode van twee jaar gestart met het plaatsen van slimme meters in nieuwbouw- en renovatieprojecten, bij reguliere vervanging van meters, en op verzoek van de burger zelf, waarbij de eerdere ervaringen met de slimme meters op iets grotere schaal werden beproefd. Op deze manier wilden de overheid, de netbeheerders en de energiebedrijven verdere ervaring opdoen met de plaatsing van slimme meters, en eventuele aanpassingen in de architectuur kunnen testen en beschrijven. Tot 2014 werd nog met de slimme meter getest, ook door het aantal locaties uit te breiden, waarna de ervaring met het invoeren en plaatsen van de slimme meter geëvalueerd werd. De regering zou hierna in overleg met het parlement besluiten hoe de meter in de rest van Nederland verspreid zal worden.[15]

Oudere meters (vóór DSMR 4.0, Dutch Smart Meter Requirements) communiceren via PLC/BPL met de netbeheerder. PLC staat bekend om de storingen die het regelmatig veroorzaakt bij radiotoepassingen, vooral tussen 2 tot 30 MHz (korte golf), omdat de frequenties van PLC die van de korte golf overlappen en elektriciteitskabels over het algemeen niet afgeschermd zijn en er veel ongewenste harmonischen optreden bij PLC.[16][17][18][19] Sinds versie 4.0 van de DSMR specificatie[20] wordt PLC niet meer gebruikt in slimme meters, en wordt uitsluitend GPRS gebruikt voor communicatie met de netbeheerder.

Grootschalige aanbieding en doorontwikkeling (2015-2020)

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 10 maart 2014 kondigde minister Kamp (VVD) van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer aan dat op 1 januari 2015 gestart zou worden met de grootschalige toepassing van de slimme meter, zodat op 31 december 2020 wordt voldaan aan de Europese eis dat minimaal 80% van de aansluitingen is uitgerust met een slimme meter. In het ontwerpbesluit van 14 oktober 2014 is de weigeroptie gehandhaafd, zodat het mogelijk blijft om de plaatsing in zijn geheel te weigeren. Daarnaast is in het ontwerpbesluit de verplichting voor de schakelfunctie geschrapt, zodat de mogelijkheid om de energievoorziening op afstand in- en uit te schakelen niet meer aanwezig zal zijn in de meters die tijdens de grootschalige invoering worden geplaatst, vooral vanwege zorgen over cybercriminaliteit en maatschappelijke acceptatie.[21][22] Meters van eerdere generaties die dit technisch konden en nog in het net aanwezig zijn, zijn via een firmware-aanpassing ontdaan van deze functionaliteit.

Omdat het GPRS-netwerk vanaf 1 januari 2029 niet meer ondersteund wordt[23] zijn netbeheerders overgegaan op alternatieve netwerken. Sinds versie 5.0 (2017) van de DSMR-specificatie gebruiken netbeheerders Alliander en Stedin daarom een eigen 450MHz-CDMA-radionetwerk, waarvoor zelf een infrastructuur is opgezet. Enexis maakt sindsdien gebruik van de beschikbare mobiele 4G-netwerken die ook voor telefonie wordt gebruikt.

Netbeheerder Alliander meldde in hun jaarverslag 2021[23] dat de grootschalige aanbieding in april 2021 is afgerond en 87% van de consumenten in Alliander netgebied is ingegaan op het aanbod en een slimme meter heeft gekregen.

Uitrol slimme warmtemeters (2021-2026)

[bewerken | brontekst bewerken]

In februari 2020 heeft de tweede kamer ingestemd met een verplichting voor slimme warmtemeters.[24] In juni 2021 is warmteleverancier Ennatuurlijk gestart met de uitrol van slimme warmtemeters.[25] Ook andere leveranciers van stadswarmte hebben inmiddels domme warmtemeters vervangen voor een slimme meter. Op 1 januari 2027 moet op elke locatie een slimme warmtemeter geïnstalleerd zijn.[26]

Uitrol slimme watermeters (2026 - heden)

[bewerken | brontekst bewerken]

Waterbedrijf Oasen is in 2026 gestart met het vervangen van verouderde meters door slimme meters.[27] Ook andere waterbedrijven zijn begonnen met de uitrol van slimme meters.

Verschil met niet-slimme meters

[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn drie typen energiemeters op de markt: de analoge meter, de niet-slimme digitale meter en de slimme meter.[1]

Analoge meter

[bewerken | brontekst bewerken]

Een analoge meter heeft geen digitaal display, maar een analoog telwerk dat op mechanische wijze de meterstand verhoogt of (in geval van teruglevering) verlaagt. Deze meters geven geen apart inzicht in geleverde en teruggeleverde energie. Vanwege de afschaffing van de salderingsregeling wordt deze scheiding verplicht voor elektriciteitsmeters vanaf 1 januari 2026. Analoge warmtemeters zijn niet meer toegestaan vanaf 1 januari 2027.[28] De netbeheerder vervangt daardoor de analoge elektriciteits- en warmtemeters die nog in gebruik zijn. Analoge water- en gasmeters zijn nog wel toegestaan. Een analoge meter bevat geen communicatiefunctionaliteiten en hierdoor moet de consument zelf haar meterstanden doorgeven aan de energieleverancier.[1]

Niet-slimme digitale meter

[bewerken | brontekst bewerken]

Een niet-slimme digitale meter heeft een digitaal display. Deze meter kan meerdere telwerken hebben, maar in het geval van gas en water is dit meestal niet het geval. Voor elektriciteit heeft het grootste deel van de digitale meters wel een apart telwerk voor geleverde en teruggeleverde energie en voldoet zo aan de energiewet. Niet-slimme digitale warmtemeters zijn niet meer toegestaan vanaf 1 januari 2027.[28] Digitale water- en gasmeters zijn nog wel toegestaan. Een niet-slimme digitale meter bevat geen communicatiefunctionaliteiten en hierdoor moet de consument zelf haar meterstanden doorgeven aan de energieleverancier.[1]

Met de term 'slim' wordt bedoeld dat het apparaat op afstand uitgelezen kan worden en meterstanden doorgeeft aan de netbeheerder. De energieleverancier maakt de energierekening op met deze meterstanden op basis van de tarieven van levering en teruglevering, en soms dag- en nachttarief. Daarnaast bieden de meeste energieleveranciers een slim verbruiksoverzicht op basis van deze data. Veel slimme meters bevatten een klantpoort, waarmee de consument via het huisnetwerk of een extern device, detailinzicht kan krijgen in het verbruik van verschillende apparaten. Leveranciers van laadpalen of zonnepanelen maken hier gebruik van om de klant inzicht te geven in de geleverde of opgewekte energie. De slimme meter is noodzakelijk voor dynamische energiecontracten en wordt daarom bij deze contracten vaak verplicht gesteld.[29]

Voor- en nadelen van een slimme meter

[bewerken | brontekst bewerken]

Voordelen voor de consument

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Verbruikers kunnen door de slimme meter meer inzicht krijgen in hun energieverbruik. Dit kan leiden tot bewustwording en een lager verbruik. De meter heeft een display waarop alle gegevens afleesbaar zijn, maar het is ook mogelijk de meter uit te lezen via de P1-poort, dit biedt een gedetailleerde en directe inzage voor bijv. slimme thermostaten.
  • Door tussentijdse inzage in het verbruik is het mogelijk de eindafrekening beter in te schatten.
  • De netbeheerder kan besparingstips geven die op de situatie zijn toegesneden.

Voordelen voor de netbeheerder en de energieleverancier

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Als de meterstanden op afstand kunnen worden uitgelezen, wordt de eindafrekening betrouwbaarder.
  • De netbeheerder en energieleverancier maken minder kosten voor het op locatie controleren van de meter en het opnemen van de meterstanden.
  • De netbeheerder en energieleverancier krijgen meer inzicht in de totale energievraag en kunnen hierdoor het net beter voorspellen en efficiënter energie inkopen.

Voordelen voor zowel de consument als de netbeheerder en de energieleverancier

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Er is koppeling mogelijk met decentrale opwekkers zoals zonnepanelen en een microwarmte-krachtkoppeling. Door deze systemen aan te sluiten op de slimme meter (en hier bijvoorbeeld een flexibele tarieven aan te verbinden) ontstaat er gedetailleerder inzicht in de financiële gevolgen van opwekking van de energie door de consument zelf.

Potentiële nadelen voor de gebruiker

[bewerken | brontekst bewerken]
  • De meetgegevens kunnen de privacy van de burger schaden.[30] Hoe korter het interval tussen de meetgegevens, hoe meer informatie er uit valt te halen. Bij zeer korte intervallen kan door data-analyse over meerdere dagen het stroomverbruik van individuele apparaten worden geïsoleerd. Door vervolgens het wisselend stroomverbruik van een TV te vergelijken met verschillende zenders zouden de favoriete tv-programma's van een huishouden kunnen worden achterhaald.[31]
  • De slimme meter heeft een los telwerk voor teruglevering door decentrale opwekkers, bijvoorbeeld via zonnepanelen. De slimme meter saldeert dus niet, zoals een analoge meter die gewoon achteruit draait (er zijn ook analoge meters die niet achteruit kunnen draaien. Een analoge meter is niet geijkt op achteruit draaien. Een analoge meter kan defect raken bij achteruit draaien en als gevolg daarvan sneller vooruit draaien). Hierdoor kunnen de energiebedrijven voor levering een hoger tarief rekenen dan voor teruglevering, wat voor- of nadelig kan uitpakken voor de afnemer. Bij de regelgeving anno 2014 maakt deze mogelijkheid de opwekker afhankelijk van de keuzes van zijn energiebedrijf.
  • Slimme/digitale meters zouden in uitzonderlijke situaties onnauwkeurig zijn en te veel of juist te weinig stroom in rekening brengen. In bepaalde situaties waar een groot aantal led-lampen direct op de meter waren aangesloten, zouden de meters kunnen storen. De netbeheerders in Nederland hebben laten weten dat dit in de praktijk niet is voorgekomen[32][33][34]

Nadelen voor de netbeheerder en de energieleverancier

[bewerken | brontekst bewerken]
  • De meter verbruikt zelf elektriciteit met het verzamelen, opslaan, verzenden en ter beschikking stellen van de meetgegevens. Deze kosten zijn voor rekening van de netbeheerder.
  • Wanneer door sabotage (bijv. cracking) grote hoeveelheden meters tegelijkertijd uitgeschakeld worden, kunnen er, door de plotselinge overcapaciteit, grote en langdurige storingen ontstaan in regionale of landelijke netwerken.[35] In Nederland zijn de slimme meters bij wet verplicht om geen functionaliteit meer te hebben voor het op afstand in- of uitschakelen van stroom of gas. Daardoor kan bovengenoemd risico niet meer optreden.

Wet- en regelgeving

[bewerken | brontekst bewerken]

Slimme meter niet verplicht

[bewerken | brontekst bewerken]

De gebruiker is niet verplicht om een slimme meter te laten installeren of als slimme meter te gebruiken. Er zijn dan twee mogelijkheden:

  • De gebruiker kon aanvankelijk vervanging van een analoge elektriciteitsmeter in zijn geheel weigeren voor een bepaalde periode tot 2020. De huidige meter bleef dan behouden, of de gebruiker kreeg van de netbeheerder bij een defect of een geconstateerde afkeur een vervangende analoge meter. Vanaf 2020 is het definitief verplicht om analoge elektriciteitsmeters bij een defect te laten omwisselen voor de digitale of slimme variant.
  • Na het plaatsen van een slimme meter kan de gebruiker opdracht aan de netbeheerder geven om de meetgegevens niet (meer) op afstand uit te lezen, het zogenaamde "administratief uitlezen in/uitschakelen". De netbeheerder is dan verplicht deze functie van de slimme meter uit te zetten. Hierna zal de slimme meter functioneren als een traditionele energiemeter, waarbij dus alleen de meterstand van dat moment weergeven wordt. De netbeheerder zal echter altijd, ook bij uitgeschakelde functie om op afstand de meterstanden uit te lezen, regelmatig verbinding maken met de slimme meter voor technische zaken zoals de klok instellen, nagaan of er zaken met de meter gebeuren die niet toegestaan zijn (open maken) of de firmware updaten.

In beide gevallen moet de gebruiker de meterstanden zelf jaarlijks doorgegeven.

College Bescherming Persoonsgegevens

[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn regels opgesteld ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de gebruiker van de slimme meter.[36]

Netbeheerders en energieleveranciers mogen meetgegevens alléén in de volgende gevallen gebruiken:

  • eenmaal per jaar voor de jaarafrekening
  • twaalfmaal per jaar voor de maandelijkse energie-overzichten
  • als de gebruiker verhuist
  • als de gebruiker overstapt naar een andere energieleverancier
  • als de netbeheerder noodzakelijk beheer aan het energienet uitvoert.

Wat mag niet?

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Het in kaart brengen van het leefpatroon van de gebruiker is niet toegestaan, de slimme meter mag alleen het totale energieverbruik meten.

Wat mag uitsluitend met toestemming van de gebruiker?

[bewerken | brontekst bewerken]
  • De netbeheerder en de energieleverancier mogen de meetgegevens alleen vaker uitlezen als de gebruiker daarvoor expliciet toestemming geeft.
  • De netbeheerder en de energieleverancier mogen zonder toestemming van de gebruiker niet onderzoeken welke apparaten er aan de slimme meter gekoppeld zijn en hoe deze gebruikt worden.

Toezicht op de omgang met meetgegevens

[bewerken | brontekst bewerken]

De gegevens van de gebruiker die wél zichtbaar zijn voor de netbeheerder en/of energieleverancier, worden op een aantal manieren door de wet- en regelgeving beschermd. Dit wordt door overheidsinstanties bewaakt:

  • de overheid heeft wettelijke eisen aan de beveiliging van de slimme meters gesteld en aan de manier waarop de netbeheerders gegevens verzenden en opslaan
  • energiebedrijven dienen hun netten en het dataverkeer te beschermen
  • het CBP houdt toezicht op hoe de energiebedrijven met persoonlijke gegevens van de gebruiker moeten omgaan, in overeenstemming met de Wet bescherming persoonsgegevens en de Gedragscode voor de verwerking van persoonsgegevens door regionale netbeheerders.
  • de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) controleert hoe de energiebedrijven met klanten en elkaar omgaan bij het verwerken van persoonlijke gegevens van de gebruiker.

Klachten van de gebruiker

[bewerken | brontekst bewerken]

De gebruiker kan voor het stellen van vragen of het indienen van klachten over privacy en de plaatsing of de toepassing van de slimme meter terecht bij het 'Slimme meter loket' van de rijksoverheid,[37] of de rechtstreeks bij de Energiekamer van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

Norm voor de apparatuur

[bewerken | brontekst bewerken]

Het ministerie van Economische Zaken heeft het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) opdracht gegeven om basisfuncties voor de meetinrichting voor elektriciteit, gas en thermische energie voor kleinverbruikers te beschrijven en te normeren, met als resultaat dat op 27 april 2007 de 'NEN-norm NTA 8130' (Basisfuncties voor de meetinrichting voor elektriciteit, gas en thermische energie voor kleinverbruikers) is opgemaakt, en op 28 maart 2018 is ingetrokken.[38] De nadruk in de NTA 8130-normering lag op de beschrijving van de basisfunctionaliteiten voor de slimme gas- en elektriciteitsmeters, zoals hoe communicatie dient te verlopen.

De architectuur waaraan een slimme meter en zijn omgeving moet voldoen, is eveneens gespecificeerd in de NTA 8130-normering en in de daarvan afgeleide DSMR-specificatie (Dutch Smart Meter Requirements) versie 5, met inbegrip van de begeleidende protocollen, definities, en afhankelijkheden voor de communicatie, zoals

  • DSMR P1:[39] de communicatiepoort voor apparatuur bij de eindgebruiker, bijvoorbeeld een extern beeldscherm
  • DSMR P2: de communicatiepoort voor het uitlezen van andere meetinstrumenten zoals een gasmeter, warmte-krachtkoppelingen (HRe-ketel), watermeter, etc.
  • DSMR P3:[40] de communicatiepoort tussen de meetinstallatie en de netbeheerder
  • DSMR GPRS: de GPRS infrastructuur

Voor de communicatie tussen de systemen van de netbeheerder en de slimme meter kunnen mobiele communicatienetwerken zoals GPRS en LTE-M worden gebruikt.

[bewerken | brontekst bewerken]