af
Thesaurus
af:
voltooidoverheen, over, be, uit, ge,OpenThesaurus. Distributed under GNU General Public License.
Vertalingen
af
bereit, erbötig, fertigready, finished, through, downprêt, accompli, achevé, fini, complet, fini/finiedisposto, essere disposto, largo, pronto (ɑf)bijwoord
1. onaf klaar Is je huiswerk af?
2. naar beneden of weg van iets Hij loopt dan de trap af. Na zeven jaar ging hij van zijn vrouw af.
heen en weer Vogels vliegen hier af en aan.
heen en weer Vogels vliegen hier af en aan.
3. naar iemand of iets toe
4. weer zover zijn als toen je begon
5. vaak zo nu en dan We gaan af en toe naar de sportschool.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.