Met uitzondering van de koninklijke wijk in het hoger gelegen deel van de stad, waar vooral de adel en de hogere burgerij woonde, wordt Brussel in het begin van de 19de eeuw gekenmerkt door een middeleeuwse architectuur met straatjes en steegjes. Het lager gelegen, erg volkse stadsdeel ligt in de Zennevallei. Rond deze Brusselse rivier met haar meanders vestigden zich handelszaken, brouwerijen, wasserijen, enz., alsook talrijke industriële activiteiten.
In die tijd lozen de inwoners en de nijverheid hun vuilnis in de door de stad kronkelende rivier, daartoe aangemoedigd door de overheid. Een en al vervuiling dus. Geleidelijk aan verliest de waterloop zijn nut als vaarweg, ten voordele van het kanaal. Onhygiënische toestanden, overstromingen, periodes van droogte en allesverwoestende cholera-epidemieën brengen de overheid ertoe de Zenne te saneren en te overwelven. Het is de ambitie van de toenmalige burgemeester, Jules Anspach, om de benedenstad ingrijpend om te vormen tot een zakencentrum dat een moderne hoofdstad waardig is.
Het is evenwel wachten tot het interbellum eer het project voor omleiding van de Zenne langs de buitenlanen van start gaat. Het vergt meer dan 20 jaar (1931-1955) om de omleiding en de overwelving van de rivier over zes kilometer naar en langs het kanaal rond te krijgen.
Vandaag loopt de Zennebedding grotendeels langs het kanaal. In het noorden van Brussel vormt ze de natuurlijke grens tussen de gemeenten Schaarbeek en Brussel-Stad. De niet-bebouwbare terreinen van de rivierbedding zijn veranderd in ruigten tussen de huizenblokken en zijn niet toegankelijk.
In het kader van de twee duurzamewijkcontracten “Masui” (Schaarbeek) en “Koningin-Vooruitgang” (Stad Brussel) beslist het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2014 deze ruigte van 10.000 m² om te vormen tot een promenade voor zachte mobiliteit met hoge ecologische waarde: het Zennepark. De bodem was volledig vervuild. Om hem te saneren was er over de volledige site een 30 cm dikke laag zuivere aarde nodig.